Open source van Europese bodem

Ik ben aan het proberen om stap voor stap los te komen van Amerikaanse software. De gebeurtenissen rondom Trump dit jaar hebben voor mij genoeg wake-up calls gegeven om de noodzaak hiervan duidelijk te maken.

Overstappen op software van Europese bodem klinkt simpel, maar in de praktijk is het een flinke zoektocht. Voor mijn cloud-alternatief voor Google Workspace heb ik de afgelopen maanden Nextcloud en Proton verkend. Proton bleek uiteindelijk het best passend. Het is nog niet perfect, maar het werkt inmiddels prima.

Ook met de rest van mijn software probeer ik zoveel mogelijk te kiezen voor open-source en Europese oplossingen. Zeker op het gebied van ruimtelijke data zijn gelukkig al veel sterke alternatieven beschikbaar. QGIS is natuurlijk het bekendste voorbeeld. Afgelopen dinsdag was ik bij de COP van het Nederlandse Tygron Platform, waar juist die samenwerking tussen Europese partijen heel duidelijk werd benoemd. Mooi om dat soort ontwikkelingen te zien!

Uitdagingen zijn er genoeg. Helemaal onafhankelijk worden is echt lastig. Maar als ik het met een eenmanszaak al ingewikkeld vind, hoe uitdagend is het dan voor grotere organisaties? We zijn nu eenmaal gewend aan extreem ver uitgewerkte software uit de VS, met budgetten waar je hier alleen maar van kunt dromen. Toch is die digitale onafhankelijkheid belangrijker. Daar moeten we ons echt bewust van zijn. En ja, ik gebruik nog Windows omdat ik bepaalde software simpelweg nodig heb. En ik zit nog steeds op LinkedIn. De overstap is dus niet perfect en zeker nog niet afgerond. Maar de eerste stappen zijn gezet, en dat voelt al erg prettig.